Schermafdruk 2017 08 10 09.55.59

Met speciale programma’s proberen bedrijven hun personeelsbestand diverser te maken. De volgende stap wordt vaak vergeten: zorgen dat iedereen zich geaccepteerd voelt.

De meeste bedrijven weten het nu wel: ze moeten meer vrouwen aannemen op hoge posities, meer werknemers met een niet-Nederlandse achtergrond en liefst ook nog collega’s met een fysieke beperking. Bedrijven met een beursnotering moeten zich daarover verantwoorden in hun jaarverslagen. Diversiteit is geen luxe maar noodzaak, daarover zijn overheid, wetenschap en maatschappij het wel eens. En dus worden er allerlei diversiteitsprogramma’s opgetuigd en aangeboden, die zich richten op het ‘fixen’ van de minderheidsgroepen. In haar oratie somde hoogleraar gender en diversiteit Marieke van den Brink op dat vrouwen en mensen met een andere etnische achtergrond er leren dat ze niet te bescheiden moeten zijn, met een lage stem moeten praten in ‘beschaafd Nederlands’, hoe ze zichzelf moeten profileren en hoe ze daadkrachtig kunnen overkomen. Vooralsnog hebben die programma’s er nauwelijks toe geleid dat de gemiddelde werkvloer een goede afspiegeling van de maatschappij is. Succesvoller is het wanneer bedrijven bijvoorbeeld hun managers beter betrekken bij het probleem: zíj zijn verantwoordelijk voor het aannemen van nieuwe mensen en het zorgen voor een veilige sfeer op de werkvloer. Maar zolang de focus alleen op het vergroten van de diversiteit ligt, hebben de inspanningen weinig zin. Bedrijven denken zelden na over de volgende stap: hoe . . . . . lees meer in het artikel van Anne Dohmen in de NRC van 9 augustus 2017 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/09/hoera-we-zijn-divers-maar-wat-nu-12427898-a1569316